BOX 3 HERVORMING · WETSVOORSTEL

Wet Werkelijk Rendement 2028 — Wat verandert voor uw Box 3

Vanaf 1 januari 2028 vervangt de Wet Werkelijk Rendement het forfaitaire Box 3 systeem. U betaalt voortaan 36% belasting over uw daadwerkelijke rendement — inclusief ongerealiseerde koerswinsten. Dit is de grootste Box 3 hervorming in 25 jaar.

Bijgewerkt: 18 maart 2026 · Op basis van huidig wetsvoorstel, nog niet definitief vastgesteld

Kerncijfers WWR 2028 (geschat)

Tarief: 36% over werkelijk rendement. Ingangsdatum: 1 januari 2028. Ongerealiseerde winsten: belastbaar. Verliezen: verrekenbaar in volgende jaren. Groene beleggingen: vrijgesteld (voorstel). Bron: Wetsvoorstel Wet Werkelijk Rendement, Tweede Kamer 2025.

Van forfait naar werkelijk rendement

Het huidige Box 3 systeem belast niet wat u verdient, maar wat de wetgever verwacht dat u verdient. Overige bezittingen (aandelen, ETF's, vastgoed) worden belast alsof ze 6,00% rendement opleveren. Spaargeld tegen 1,28%. Of uw portefeuille werkelijk dat rendement haalt, is irrelevant — u betaalt altijd over het forfaitaire percentage.

De Wet Werkelijk Rendement doorbreekt dit systeem. Vanaf 2028 telt alleen nog wat u daadwerkelijk heeft verdiend. Rente, dividend, huur en koerswinst — gerealiseerd én ongerealiseerd — worden bij elkaar opgeteld en belast tegen 36%. Daalt uw portefeuille, betaalt u €0 en schuift het verlies door naar het volgende jaar.

De consequentie is groot: de jaarlijkse Box 3 belasting wordt onvoorspelbaar. In een jaar als 2021 (+28% voor een wereldwijd gespreide ETF) zou u bij €500.000 belegd vermogen bijna €50.000 Box 3 belasting betalen. In 2022 (−18%) betaalt u €0. Dat is de kern van het debat: zekerheid versus eerlijkheid.

Drie scenario's: wat betaalt u onder WWR 2028?

De onderstaande tabel vergelijkt de verwachte belastinglast onder WWR 2028 voor drie rendementscenario's met het huidige forfaitaire systeem. Aanname: alleen overige bezittingen. Schulden en heffingsvrij vermogen buiten beschouwing.

PortefeuilleGoed jaar (+8%)Vlak jaar (+2%)Slecht jaar (−5%)Forfait nu
€200.000€5.760€1.440€0€4.320
€500.000€14.400€3.600€0€10.800
€1.000.000€28.800€7.200€0€21.600
€2.000.000€57.600€14.400€0€43.200

* Geschat op basis van huidig wetsvoorstel. Tarief 36%. Exclusief heffingsvrij vermogen en schulden. Werkelijke uitkomst afhankelijk van definitieve wetstekst.

Wat verandert per vermogenscategorie?

Aandelen en ETFs — jaarlijkse mark-to-market

Dit is de zwaarst getroffen categorie. Elk jaar wordt de volledige waardegroei belast, ook als u niets verkoopt. Een ETF-portefeuille van €300.000 die met 10% stijgt levert €10.800 extra belasting op. Groei-aandelen en accumulerende fondsen — die geen dividend uitkeren maar waarde opbouwen — worden bijzonder zwaar geraakt. Voordeel: in dalende jaren betaalt u €0 en bouwt u een verliesdrempel op.

Vastgoed — huur plus waardestijging

Huurinkomsten en WOZ-waardestijging tellen beide mee. De WOZ-beschikking per 1 januari van het volgende jaar wordt als referentie gebruikt. Voor Box 3 vastgoed (tweede woning, verhuurde panden) kan dit fors uitpakken in markten met hoge prijsgroei. Vastgoedeigenaren die nu profiteren van een lage forfaitaire berekening (bij hoge waardestijging) krijgen onder WWR een hogere rekening.

Spaargeld — nauwelijks verandering

Voor spaargeld is de overgang het meest beperkt. De werkelijke spaarrente ligt in 2026 rond 2,5-3,5% — hoger dan het forfait van 1,28%. Spaarders kunnen onder WWR dus meer betalen dan nu. Echter: voor grote spaarders is het effect beperkt en voorspelbaar. Geen volatiliteitsprobleem zoals bij aandelen.

Groene beleggingen — vrijstelling gehandhaafd

Groene beleggingen (gecertificeerde fondsen, groene obligaties) blijven naar huidige voorstel vrijgesteld tot €71.251 per persoon / €142.502 partners. Dit is de enige vermogenscategorie die volledig buiten het WWR-bereik valt. De allocatie naar groene beleggingen wordt daarmee de meest effectieve Box 3 optimalisatiesstrategie na 2028.

Crypto — extreme volatiliteitsblootstelling

Crypto wordt behandeld als overige bezittingen. De jaarlijkse mark-to-market berekening is in principe hetzelfde als voor aandelen, maar met veel extremere rendementsbewegingen. Een Bitcoin-portefeuille die in één jaar verdubbelt (+100%) levert bij €100.000 een belasting van €36.000 op — voor een positie die u mogelijk niet heeft verkocht. In dalingsjaren bouwt u verliesdrempel op. De fiscale volatiliteit is aanzienlijk.

Tijdlijn — wat te doen wanneer

2026 (NU)
Documenteer de kostprijs en aankoopdatum van al uw beleggingen. Dit is de WWR-startwaarde. Identificeer ongerealiseerde winsten en bespreek met uw adviseur of afrekening vóór 2028 voordelig kan zijn. Beoordeel de allocatie naar groene beleggingen — deze blijven vrijgesteld.
2027
Voer een volledige portefeuilleaudit uit. Elke vermogenstitel heeft een kostprijs en huidige waarde nodig. Overweeg grootschalige ongerealiseerde winsten te realiseren vóór 2028 als de belasting nu lager uitvalt dan de verwachte jaarlijkse WWR-last. Zet uw administratie klaar voor jaarlijkse rendementeregistratie.
1 januari 2028
Ingangsdatum WWR (verwacht). Uw portefeuille per deze datum bepaalt de startwaarde voor de werkelijke rendementsberekening. De waardestijging gedurende 2028 is belastbaar in uw aangifte 2029.
2029 en verder
Jaarlijkse aangifte omvat nu alle werkelijke rendementen. Maak gebruik van verliesdrempel bij negatieve jaren. Behoud documentatie van elk jaar zorgvuldig. Bespreek tijdig met uw belastingadviseur of uw vermogensstructuur nog optimaal is.

Veelgestelde vragen

1. Wat is de Wet Werkelijk Rendement 2028?+

De Wet Werkelijk Rendement (WWR) is een wetsvoorstel dat het forfaitaire Box 3 systeem vervangt. Vanaf 1 januari 2028 betaalt u Box 3 belasting over uw daadwerkelijk behaalde rendement — inclusief ongerealiseerde koerswinsten op aandelen en vastgoed. Het tarief blijft 36%. Het grote verschil: onder het huidige systeem betaalt u een vast percentage over uw vermogen ongeacht het rendement. Onder WWR betaalt u 36% over wat u werkelijk heeft verdiend, ook als u niets heeft verkocht. Dit treft beleggers met sterk stijgende portefeuilles hard in goede jaren, maar biedt voordeel in vlakke of negatieve jaren. Het wetsvoorstel is op 1 april 2025 door de Tweede Kamer aangenomen maar nog niet definitief in werking getreden.

2. Hoeveel meer belasting betaal ik onder WWR 2028?+

Dat hangt volledig af van uw werkelijke rendement. Bij een portefeuille van €500.000 (overige bezittingen) geldt onder het huidige forfait: €500.000 x 6,00% x 36% = €10.800 per jaar. Onder WWR: bij een goed jaar (+8%) betaalt u €500.000 x 8% x 36% = €14.400 — €3.600 meer. Bij een vlak jaar (+2%): €500.000 x 2% x 36% = €3.600 — €7.200 minder. Bij een slecht jaar (−5%): €0, want negatief rendement wordt niet teruggevorderd maar wel verrekend met toekomstige positieve jaren. De kern: de belasting wordt onvoorspelbaar en volatiel. In goede beursjaren neemt de belastingdruk sterk toe.

3. Worden ongerealiseerde winsten ook belast onder WWR?+

Ja. Dit is het meest ingrijpende aspect van de wet. Onder het huidige forfaitaire systeem telt alleen de waarde van uw vermogen op 1 januari. Onder WWR 2028 telt ook de waardestijging gedurende het jaar. Als uw ETF-portefeuille van €300.000 naar €324.000 stijgt (+€24.000), betaalt u €24.000 x 36% = €8.640 belasting — ook als u geen aandeel heeft verkocht. Dit vereist dat u jaarlijks de waardegroei van al uw bezittingen bijhoudt. Voor liquide effecten (aandelen, ETFs) is dat eenvoudig via uw broker. Voor vastgoed en illiquide beleggingen zijn aannames of taxaties vereist.

4. Wat als ik in een jaar verlies maak op mijn beleggingen?+

Verliezen zijn onder WWR verrekenbaar, maar niet direct terugbetaalbaar. Als uw portefeuille in 2028 met 5% daalt, betaalt u €0 Box 3 belasting voor dat jaar. Het negatieve rendement (de "verliesdrempel") wordt doorgeschoven naar toekomstige jaren. Een verlies van €25.000 in 2028 betekent dat u in 2029 pas weer belasting betaalt zodra uw cumulatieve rendement boven de €25.000 uitkomt. Dit verliesdraagvlak is waardevol — bewaar uw jaarlijkse berekeningen zorgvuldig. Voor vastgoed geldt een bijzondere regeling: de WOZ-waardedaling kan als verlies worden opgegeven, maar dalingen zijn moeilijker te onderbouwen dan stijgingen.

5. Hoe bereid ik mijn administratie voor op WWR 2028?+

Er zijn vijf concrete stappen. Eerste: documenteer de kostprijs (aankoopwaarde) van al uw beleggingen per 1 januari 2026. Dit is de startwaarde voor de WWR-berekening. Tweede: bewaar elk jaar een overzicht van dividend, rente en huurinkomsten per beleggingscategorie. Derde: houd voor vastgoed de WOZ-waarden bij en laat eventueel taxatierapporten opstellen. Vierde: verliezen in slechte jaren zijn verrekenbaar — bewaar ook negatieve rendementsberekeningen. Vijfde: overweeg de timing van vermogenstransacties vóór 2028 met uw belastingadviseur te bespreken. Grote ongerealiseerde winsten afrekenen vóór 2028 kan voordeliger zijn dan ze onder het jaarlijkse WWR-regime te laten vallen.

VERZOR 2028 SIMULATOR

Bereken uw persoonlijke WWR 2028 impact

Voer uw vermogen in. VERZOR berekent de drie scenario's voor uw specifieke portefeuille en vergelijkt ze met uw huidige forfaitaire belasting.

Simuleer uw 2028 scenario →

Op basis van huidig wetsvoorstel · Schattingen · Geen fiscaal advies

Gerelateerde pagina's:

Peildatum Box 3 →Groene beleggingen Box 3 →Fiscaal partner Box 3 →Werkelijk rendement calculator →

VERZOR biedt belastinginformatie, geen persoonlijk belastingadvies. De WWR is een wetsvoorstel — definitieve details kunnen afwijken. Raadpleeg een gekwalificeerd belastingadviseur voor uw situatie.

Wet Werkelijk Rendement 2028 — Wat verandert voor Box 3 | VERZOR | VERZOR