BOX 3 HERVORMING 2028

Wet Werkelijk Rendement 2028

Op 1 januari 2028 schakelt Nederland over naar belasting op werkelijk rendement. Elke euro koerswinst — ook ongerealiseerd — wordt belast tegen 36%. Een portefeuille van €1.000.000 met 7% rendement levert een jaarlijkse aanslag op van €25.200. Bij €5.000.000: €126.000 per jaar.

Bijgewerkt: 17 maart 2026

Wat u moet weten

Het wetsvoorstel is op 19 mei 2025 naar de Tweede Kamer gestuurd. Inwerkingtreding: 1 januari 2028. Tot die datum geldt het forfaitaire stelsel (6,00% overige bezittingen, 1,28% spaargeld, 36% tarief). Het planningsvenster voor vermogensherstructurering of emigratie sluit op 31 december 2027.

Wat is de wet werkelijk rendement?

De Wet werkelijk rendement box 3 vervangt het forfaitaire stelsel dat sinds het Kerst-arrest van december 2021 juridisch op losse schroeven staat. De Hoge Raad oordeelde dat fictieve rendementen in strijd zijn met het eigendomsrecht wanneer zij het werkelijke rendement structureel overstijgen. De wetgever reageert met een stelsel dat het werkelijke rendement als grondslag neemt.

De kern: elk jaar wordt uw vermogensaanwas vastgesteld. Stijgen uw aandelen met 12% in 2028, dan is 12% van uw portefeuillewaarde belastbaar — ook zonder verkoop. Op een portefeuille van €2.000.000 betekent dat: €240.000 × 36% = €86.400 belasting. Naast koerswinsten vallen ook dividend, rente en huurinkomsten onder het belastbare rendement. Dit principe heet de vermogensaanwasbelasting (VAB).

Het tarief blijft 36%. De grondslag verandert radicaal. Waar het forfaitaire stelsel een voorspelbare last oplevert (€1.000.000 × 6,00% × 36% = €21.600 per jaar), wordt de aanslag onder het nieuwe stelsel even volatiel als de markt zelf.

Huidig forfaitair stelsel vs. werkelijk rendement

De impact hangt af van uw werkelijke rendement. Bij 7% rendement op €1.000.000 betaalt u €3.600 per jaar méér dan onder het forfait. Bij 10% rendement loopt dat verschil op tot €14.400. Bij een uitzonderlijk beursjaar van 15% betaalt u €32.400 meer. De tabel toont het verschil bij 7% rendement.

AspectHuidig (forfaitair, 2026)Nieuw (werkelijk, 2028)
Belastbare basisFictief rendement 6,00%Werkelijk rendement 7%
Bedrag€60.000€70.000
Belasting (36%)€21.600€25.200
Effectief (op €1M)2,16%2,52%
Ongerealiseerde winstNiet meegeteldVolledig belast
VerliesverrekeningNiet van toepassingJa, overdraagbaar

Jaarlijkse belasting op verschillende portefeuilleomvangen (7% rendement)

Bij 7% jaarlijks rendement — het langetermijngemiddelde van een wereldwijd gespreide aandelenportefeuille — genereert de wet werkelijk rendement de volgende jaarlijkse aanslagen. Ter vergelijking: het huidige forfaitaire stelsel belast €1.000.000 aan beleggingen met €21.600 per jaar. Het delta escaleert met portefeuilleomvang.

Portefeuille
€500.000
Rendement (7%)
€35.000
Belasting (36%)
€12.600
Effectief tarief
2,52%
Portefeuille
€1.000.000
Rendement (7%)
€70.000
Belasting (36%)
€25.200
Effectief tarief
2,52%
Portefeuille
€2.000.000
Rendement (7%)
€140.000
Belasting (36%)
€50.400
Effectief tarief
2,52%
Portefeuille
€5.000.000
Rendement (7%)
€350.000
Belasting (36%)
€126.000
Effectief tarief
2,52%

* Illustratief. Gebaseerd op 7% bruto rendement vóór heffingsvrij vermogen. Werkelijke belasting afhankelijk van uw specifieke allocatie en fiscale situatie.

Tijdlijn en huidige status

Nov 2021
Hoge Raad: forfaitair stelsel in strijd met EVRM (Kerst-arrest)
Dec 2022
Hoge Raad: herstel moet plaatsvinden op basis van werkelijk rendement
Mei 2025
Wetsvoorstel Wet werkelijk rendement Box 3 naar Tweede Kamer
Jan 2026
Huidig forfaitair stelsel nog actief — 1,28% spaargeld / 6,00% overige bezittingen
1 jan 2028
Geplande inwerkingtreding wet werkelijk rendement met step-up regeling

De step-up regeling op 1 januari 2028

De step-up is het enige positieve element van de overgangsregeling. Op 1 januari 2028 wordt de marktwaarde van al uw Box 3-bezittingen als nieuwe kostprijs aangemerkt. Historische koerswinsten — opgebouwd vóór 2028 — blijven onbelast onder het nieuwe stelsel.

Voorbeeld: u kocht in 2020 voor €500.000 aan ETF's. Op 1 januari 2028 is die positie €850.000 waard. Uw nieuwe kostprijs wordt €850.000. De €350.000 koerswinst opgebouwd vóór 2028 blijft onbelast. Pas als de waarde boven €850.000 stijgt na 1 januari 2028, treedt de vermogensaanwasbelasting in werking.

Emigreert u vóór 1 januari 2028, dan neemt u de step-up mee buiten Nederland. U betaalt nooit vermogensaanwasbelasting over uw bestaande portefeuille. Dit maakt 2026–2027 het optimale emigratievenster. België — 0% koerswinst, Nederlandstalig in Vlaanderen, 2 uur van Amsterdam — is de meest voor de hand liggende bestemming.

Het cash flow probleem: belasting betalen zonder te verkopen

De rekening komt op 1 mei 2029. Uw portefeuille van €2.000.000 is in 2028 met 15% gestegen — €300.000 erbij. Belasting verschuldigd: €108.000. U heeft niets verkocht. Dat geld moet ergens vandaan komen.

Voor liquide aandelen en ETF's is het oplosbaar: verkoop een fractie. Maar de timing is ongunstig — u verkoopt wanneer de fiscus dat dicteert, niet wanneer u dat wilt. Voor illiquide bezittingen — vastgoed, privébedrijfsbelangen, langlopende fondsen — is er geen eenvoudige uitweg. Een beleggingspand dat €50.000 in WOZ-waarde stijgt genereert €18.000 belasting. De huurinkomsten dekken dat zelden.

De verliesverrekening biedt enige buffer: een verliesjaar verlaagt de grondslag in latere jaren. Maar het mechanisme werkt vertraagd. U betaalt eerst. U verrekent later. Bij een portefeuille van €5.000.000 die 10% stijgt en daarna 10% daalt, heeft u in jaar 1 €180.000 belasting betaald over winst die in jaar 2 verdampt. De teruggave volgt pas bij de aangifte van jaar 2.

Wat kunt u nu doen?

Het planningsvenster sluit op 31 december 2027. Vier strategieën verdienen nu analyse:

BV-structuur overwegen

Beleggingsvermogen in een BV valt onder Box 2. Geen jaarlijkse vermogensaanwasbelasting. U betaalt VPB (19% tot €200K, 25,8% daarboven) op de winst binnen de BV en Box 2-belasting (24,5%/31%) bij dividenduitkering. Bij een portefeuille van €1.000.000 met 7% rendement bespaart u de jaarlijkse €25.200 WWR-aanslag, maar betaalt u VPB over het rendement. Het omslagpunt ligt bij vermogens boven €500.000 met hoog verwacht rendement.

Emigratie vóór 2028

Vertrek vóór 1 januari 2028 = geen vermogensaanwasbelasting. Ooit. België is de meest toegankelijke optie: 0% koerswinst, Nederlands gesproken in Vlaanderen, 2 uur rijden van Amsterdam. De eenmalige exittax op een €1.000.000 portefeuille bedraagt ~€62.000. De jaarlijkse besparing: €25.200 bij 7% rendement. Crossover: jaar 2-3. Bij €2.000.000 bespaart u €50.400 per jaar — de exittax is in ruim 2 jaar terugverdiend.

Verliesverrekening plannen

Onder het nieuwe stelsel zijn verliezen verrekenbaar met winsten in andere jaren. Begin nu met het opbouwen van een nauwkeurige transactieadministratie. Realiseer verliesposities strategisch in jaren met hoge winsten. Een verlies van €50.000 bespaart u €18.000 aan belasting (€50.000 × 36%).

Fiscale partner optimaliseren

Elk persoon heeft recht op €59.357 heffingsvrij vermogen (2026). Met fiscale partner: €118.714 buiten de grondslag. Bij €1.000.000 portefeuille reduceert dat de belastbare basis met ~€118.714, wat circa €2.500 per jaar bespaart. Geen gamechanger, maar gratis geld.

Veelgestelde vragen

1. Wat is de wet werkelijk rendement?+

De wet werkelijk rendement vervangt het forfaitaire Box 3-stelsel door belastingheffing op daadwerkelijk behaalde rendementen — inclusief ongerealiseerde koerswinsten. Het wetsvoorstel is op 19 mei 2025 naar de Tweede Kamer gestuurd met een geplande ingangsdatum van 1 januari 2028. Concreet: een portefeuille van €1.000.000 die 7% groeit, genereert een jaarlijkse aanslag van €25.200 (€70.000 × 36%). Onder het huidige forfait zou die aanslag €21.600 bedragen — een verschil van €3.600 per jaar bij 7% rendement, oplopend tot €14.400 per jaar bij 10% rendement. De wet raakt daarmee juist de succesvollere beleggers het hardst.

2. Wanneer gaat de wet werkelijk rendement in?+

De geplande inwerkingtreding is 1 januari 2028. Tot die datum geldt het huidige forfaitaire stelsel (6,00% overige bezittingen, 1,28% spaargeld, 36% tarief). Op 1 januari 2028 treedt de step-up in werking: de marktwaarde op die datum wordt uw nieuwe kostprijs. Alle koerswinsten opgebouwd vóór 2028 blijven onbelast. Dit maakt de periode 2026–2027 het optimale venster voor strategische herstructurering — of emigratie. Na 1 januari 2028 draagt u de volle last van het nieuwe stelsel.

3. Wie wordt geraakt door de wet werkelijk rendement?+

Iedereen met Box 3-vermogen boven €59.357 (single) of €118.714 (fiscale partners) wordt geraakt, maar de impact escaleert exponentieel met portefeuilleomvang en rendement. Een belegger met €500.000 aan ETF's en 7% rendement betaalt €12.600 per jaar. Bij €2.000.000 is dat €50.400. Bij €5.000.000 loopt de aanslag op tot €126.000 per jaar. Spaarders merken weinig verschil — hun werkelijk rendement (1-3% rente) wijkt nauwelijks af van het huidige forfait van 1,28%. De echte klap valt bij aandelenbeleggers, crypto-houders en vastgoedinvesteerders met koerswinsten boven 6%.

4. Wat zijn ongerealiseerde winsten?+

Ongerealiseerde winsten zijn waardestijgingen van bezittingen die u nog niet heeft verkocht. Een portefeuille gekocht voor €500.000 die nu €700.000 waard is, bevat €200.000 ongerealiseerde winst. Onder het huidige forfaitaire stelsel speelt dit geen directe rol — u betaalt over een fictief rendement. Vanaf 2028 wordt die €200.000 aanwas in het jaar van ontstaan volledig belast: €200.000 × 36% = €72.000. Het unieke aan de Nederlandse aanpak is dat vrijwel geen ander Europees land ongerealiseerde winsten voor particulieren belast. België heft 0% op koerswinsten. Duitsland belast alleen bij verkoop. Nederland wordt hiermee een fiscale uitzondering.

5. Hoe verschilt dit van het huidige Box 3 systeem?+

Het huidige systeem (2026) belast een fictief rendement: 6,00% op beleggingen en 1,28% op spaargeld, beide tegen 36%. Op een portefeuille van €1.000.000 betaalt u forfaitair €21.600 per jaar — ongeacht of u 20% winst of 5% verlies maakt. Het nieuwe stelsel belast uw werkelijke jaarlijkse rendement. Bij 7% rendement betaalt u €25.200 — slechts €3.600 meer. Maar bij 10% rendement wordt de aanslag €36.000, een stijging van €14.400. En bij een sterk beursjaar van 15%: €54.000. Het verschil zit in de variabiliteit: het forfait is voorspelbaar, het nieuwe stelsel maakt uw belastingaanslag even volatiel als de beurs.

6. Wat kan ik doen om de impact te beperken?+

Vier strategieën verdienen analyse vóór 2028. Eerste optie: herstructurering naar een BV — beleggingsvermogen in Box 2 kent geen jaarlijkse vermogensaanwasbelasting. Tweede: emigratie vóór 1 januari 2028, waarbij u de step-up meeneemt. België ligt op 2 uur van Amsterdam, spreekt Nederlands in Vlaanderen, en heft 0% op koerswinsten — een eenmalige exittax van ~€62.000 op €1.000.000 portefeuille is binnen 2-3 jaar terugverdiend via de jaarlijkse besparing van €25.200. Derde: verliesverrekening strategisch plannen over jaren heen. Vierde: fiscale partner optimaliseren voor maximale benutting van het heffingsvrij vermogen (€118.714 samen). Het optimale emigratievenster is 2026–2027.

VERZOR CALCULATOR

Bereken uw persoonlijke impact

Voer uw vermogen, rendement en persoonlijke situatie in. VERZOR berekent uw jaarlijkse belasting onder de wet werkelijk rendement, vergelijkt dit met alternatieve structuren en modelleert uw emigratie break-even.

Bereken uw persoonlijke impact →

Gratis · Geen registratie vereist · Direct resultaat

Gerelateerde pagina's:

Calculator Wet Werkelijk Rendement →Emigreren voor 2028 →Box 3 2028 uitgelegd →Belasting op ongerealiseerde winst →

VERZOR biedt belastinginformatie, geen persoonlijk belastingadvies. Raadpleeg een gekwalificeerd belastingadviseur voor uw situatie.

Wet Werkelijk Rendement 2028 — Wat betekent het voor uw vermogen? | VERZOR | VERZOR