BOX 3 STELSELWIJZIGING

Box 3 2028 — Het nieuwe belastingstelsel

De grootste stelselwijziging in Box 3 sinds de introductie in 2001. Forfaitaire rendementen verdwijnen. Werkelijke koerswinsten — inclusief ongerealiseerd — worden de grondslag. Bij 7% rendement op €1.000.000: €25.200 belasting per jaar. Bij €5.000.000: €126.000.

Bijgewerkt: 17 maart 2026

De kern van de verandering in één zin

Vanaf 2028: 36% belasting over uw werkelijke jaarlijkse rendement — inclusief ongerealiseerde koersstijgingen. Huidig stelsel op €1.000.000 beleggingen: €21.600/jaar (forfait). Nieuw stelsel bij 7% rendement: €25.200/jaar. Bij 10%: €36.000/jaar. Bij 15%: €54.000/jaar. De belastingaanslag wordt even volatiel als de markt.

Het huidige stelsel (2026) versus Box 3 2028

Het huidige Box 3-stelsel (2026) werkt met drie forfaitaire rendementspercentages: 1,28% op spaargeld, 6,00% op overige bezittingen (aandelen, vastgoed, crypto), en 2,70% op schulden. Op het berekende fictieve rendement geldt een tarief van 36%. Een belegger met €1.000.000 aan ETF's betaalt: €1M × 6,00% × 36% = €21.600 per jaar. Ongeacht of de portefeuille 20% stijgt of 10% daalt.

Dit systeem is juridisch onhoudbaar gebleken. De Hoge Raad oordeelde in het Kerst-arrest (december 2021) dat forfaitaire heffing in strijd is met het eigendomsrecht (EVRM) wanneer het werkelijke rendement structureel lager is dan het forfait. De Belastingdienst is sindsdien verplicht te corrigeren op basis van werkelijk rendement — het wetsvoorstel formaliseert die correctie.

Het nieuwe stelsel lost de juridische kwetsbaarheid op, maar creëert een nieuw probleem: bij hoge rendementen betaalt u aanzienlijk méér. Op €1.000.000 bij 7%: €25.200 (€3.600 meer). Bij 10%: €36.000 (€14.400 meer). Bij 15%: €54.000 (€32.400 meer). De winnaars: slecht renderende beleggers. De verliezers: iedereen die consistent boven 6% rendement behaalt.

Huidig forfaitair (2026)Nieuw werkelijk rendement (2028)
BelastinggrondslagFictief rendement (1,28% / 6,00%)Werkelijk rendement (ontvangen + aanwas)
Tarief36%36%
Ongerealiseerde winstNiet relevantVolledig belastbaar
VerliesverrekeningNiet van toepassingJa, overdraagbaar
Voordeel bij laag rendementU betaalt altijd het forfaitU betaalt alleen over werkelijk rendement
Nadeel bij hoog rendementForfait lager dan werkelijkU betaalt over elk procentpunt winst
Heffingsvrij vermogen€59.357 / €118.714Verwacht gelijk te blijven
Peildatum1 januari1 januari (step-up)

De step-up op 1 januari 2028: uw nieuwe kostprijs

De step-up beschermt historische koerswinsten. Op 1 januari 2028 wordt de marktwaarde van al uw Box 3-bezittingen als nieuwe kostprijs aangemerkt. Koerswinsten opgebouwd vóór die datum blijven definitief buiten de grondslag van de vermogensaanwasbelasting. Een portefeuille gekocht voor €500.000 en op 1 januari 2028 €900.000 waard: nieuwe kostprijs = €900.000. De €400.000 historische winst blijft onbelast.

Hoe de step-up werkt

U koopt aandelen in 2021€150.000
Waarde op 1 jan 2028 (step-up moment)€280.000
Uw nieuwe kostprijs voor Box 3 2028€280.000
Historische koerswinst (€130K) — onbelast€0 belasting

Wie wordt het hardst geraakt?

Het nieuwe stelsel creëert heldere winnaars en verliezers. Het omslagpunt ligt bij 6% werkelijk rendement — het huidige forfait. Wie consistent daaronder rendeert, betaalt minder. Wie erboven zit, betaalt meer. Bij €1.000.000 en 10% rendement: €14.400 per jaar méér dan onder het forfait.

Potentieel beter af

  • Spaarders met rente lager dan forfait
  • Beleggers met verliesgevende jaren
  • Vastgoedeigenaren met dalende WOZ
  • Beleggers met laag rendement

Potentieel slechter af

  • Beleggers met hoog rendement (>6%)
  • Vastgoedbeleggers in stijgende markt
  • Crypto-bezitters bij bull markets
  • Liquide portefeuilles met sterke groei

Strategieën die nu nog werken

Het venster sluit op 31 december 2027. Daarna is de wet een feit. Deze vier strategieën verdienen nu analyse — niet over een jaar, nu:

1. Beleggen via een BV (Box 2 in plaats van Box 3)

Vermogen in een BV valt onder Box 2: geen jaarlijkse vermogensaanwasbelasting. U betaalt VPB (19% tot €200K, 25,8% daarboven) en Box 2-belasting (24,5%/31%) bij dividenduitkering. Op een portefeuille van €1.000.000 met 7% rendement: u bespaart de jaarlijkse €25.200 WWR-aanslag, maar betaalt ~€18.000 VPB over het rendement binnen de BV. Netto voordeel hangt af van uw uitkeringsbeleid. Oprichtingskosten BV: €500-€2.000.

2. Verlies- en kostenadministratie opbouwen

Onder de WWR zijn transactiekosten, rentekosten en verliezen aftrekbaar van uw belastbaar rendement. Een verlies van €50.000 bespaart u €18.000 aan belasting (€50.000 × 36%). Begin nu met het systematisch vastleggen van alle aan- en verkooptransacties, transactiekosten per trade, en uw kostprijzen per positie. Deze administratie wordt na 2028 uw belangrijkste fiscale instrument.

3. Fiscale partner optimaliseren

Elk persoon heeft recht op €59.357 heffingsvrij vermogen (2026). Met fiscale partner: €118.714 buiten de grondslag. Op €1.000.000 portefeuille bespaart dat ~€2.500 per jaar. Geen transformatief bedrag, maar gratis. Verdeel ook beleggingsverliezen optimaal: de partner met het hoogste rendement in een jaar draagt de verliezen van de ander.

4. Emigratie vóór 2028 analyseren

België: 0% koerswinst, Nederlands gesproken in Vlaanderen, 2 uur van Amsterdam, EU-uitstel voor exittax. Op €1.000.000 bij 7%: jaarlijkse besparing €25.200. Eenmalige exittax ~€62.000. Crossover: jaar 2-3. Op €2.000.000: besparing €50.400/jaar, crossover ~jaar 2. Op €5.000.000: besparing €126.000/jaar, crossover binnen het eerste jaar. Het optimale emigratievenster is 2026-2027. Na 1 januari 2028 betaalt u de volle WWR-aanslag tot uw vertrek.

Veelgestelde vragen over Box 3 2028

1. Wat verandert er in Box 3 in 2028?+

Box 3 stapt over van fictief naar werkelijk rendement als belastinggrondslag. Het tarief blijft 36%, maar de basis verandert fundamenteel. Onder het huidige forfait betaalt u op €1.000.000 aan beleggingen: €1M × 6,00% × 36% = €21.600/jaar, ongeacht uw werkelijke rendement. Onder het nieuwe stelsel betaalt u op werkelijke koerswinsten: bij 7% rendement €25.200, bij 10% €36.000, bij 15% €54.000 — inclusief ongerealiseerde winsten. Het verschil escaleert met rendement: bij 7% slechts €3.600 meer, bij 10% al €14.400 meer per jaar.

2. Wat is de step-up regeling op 1 januari 2028?+

De step-up herstelt uw kostprijs naar de marktwaarde op 1 januari 2028. Alle koerswinsten opgebouwd vóór die datum blijven onbelast. Voorbeeld: ETF's gekocht voor €500.000 in 2020, waarde op 1 januari 2028 = €900.000. Uw nieuwe kostprijs wordt €900.000. De €400.000 historische winst is fiscaal weggestreept. Pas als de waarde boven €900.000 stijgt ná 1 januari 2028, treedt de vermogensaanwasbelasting in werking. Emigreert u vóór 1 januari 2028, dan neemt u deze step-up mee buiten Nederland. Dat maakt 2026-2027 het optimale emigratievenster.

3. Hoe wordt werkelijk rendement berekend?+

Twee componenten vormen het belastbare werkelijk rendement. Eerste: inkomensrendement — alle ontvangen rente, dividend en huurinkomsten. Tweede: vermogensaanwas — de jaarlijkse waardeverandering van uw bezittingen, inclusief ongerealiseerde koersstijgingen. Bij een portefeuille van €2.000.000 die 7% stijgt: €140.000 werkelijk rendement × 36% = €50.400 belasting. Verliezen zijn verrekenbaar met winsten in andere jaren. Een verlies van €100.000 bespaart u €36.000 aan toekomstige belasting. De verliesverrekening werkt vooruit, niet achteruit — betaalde belasting over eerdere jaren krijgt u niet direct terug.

4. Geldt dit ook voor mijn spaargeld?+

Voor spaarders is het verschil minimaal. Het huidige forfait voor spaargeld is 1,28% (2026) — dicht bij de werkelijke spaarrentes van 1-3%. Op €200.000 spaargeld betaalt u forfaitair €200.000 × 1,28% × 36% = €922/jaar. Bij een werkelijke rente van 2,5% wordt dat €200.000 × 2,5% × 36% = €1.800/jaar — een verschil van €878. Dat is niet onbelangrijk, maar het grote geld zit elders. Een aandelenbelegger met dezelfde €200.000 en 10% koerswinst betaalt €7.200/jaar (versus €4.320 forfaitair). De impact treft beleggers, niet spaarders.

5. Wat zijn de gevolgen voor beleggingspanden?+

Vastgoed in Box 3 wordt dubbel geraakt. Huurinkomsten tellen als inkomensrendement. WOZ-waardestijgingen tellen als vermogensaanwas. Een beleggingspand van €500.000 met €18.000 huur en 4% WOZ-stijging genereert: €18.000 huur + €20.000 aanwas = €38.000 werkelijk rendement × 36% = €13.680 belasting. Onder het forfait: €500.000 × 6% × 36% = €10.800. De stijging is €2.880/jaar, maar in de Randstad waar WOZ-waarden 6-8% per jaar stijgen, loopt het verschil snel op. Steeds meer vastgoedbeleggers analyseren een BV-structuur of overwegen verkoop vóór 2028.

6. Kan ik nog plannen voor 2028?+

Het planningsvenster sluit op 31 december 2027. Vier strategieën werken nog. Eerste: herstructurering naar een BV — vermogen van Box 3 naar Box 2, geen jaarlijkse vermogensaanwasbelasting. Tweede: emigratie vóór 2028 naar België (0% koerswinst, 2 uur van Amsterdam, EU-uitstel exittax) of de VAE (0% op alles). Derde: verliesposities realiseren vóór 2028 om een hogere kostprijs te creëren bij de step-up — contra-intuïtief maar fiscaal efficiënt. Vierde: fiscale partner optimaliseren voor maximale benutting van €118.714 heffingsvrij vermogen. Bij €1.000.000 portefeuille en 7% rendement bespaart emigratie u €25.200 per jaar — elk jaar uitstel kost u dat bedrag.

VERZOR CALCULATOR

Bereken uw Box 3 impact 2028

Voer uw vermogen en rendement in. VERZOR toont u wat Box 3 2028 u kost, vergelijkt alternatieven, en berekent uw optimale strategie voor het planningsvenster.

Bereken uw Box 3 impact 2028 →

Gratis · Geen registratie vereist · Direct resultaat

Gerelateerde pagina's:

Wet Werkelijk Rendement →Belasting op ongerealiseerde winst →Emigreren voor 2028 →

VERZOR biedt belastinginformatie, geen persoonlijk belastingadvies. Raadpleeg een gekwalificeerd belastingadviseur voor uw situatie.

Box 3 2028 — Het nieuwe stelsel uitgelegd | VERZOR | VERZOR